Wie leest weet meer

Gemotiveerd en met plezier lezen leidt tot betekenisvolle kennisverwerving. Dat is de ervaring van basisschool St Jozef in Rietmolen, waar het taal- en leesonderwijs de afgelopen jaren grondig is vernieuwd. Kinderen lezen niet meer aan de hand van leesmethodes, maar doen dat in de betekenisvolle context van een thema, en in combinatie met de andere taalvaardigheden. Daardoor ontstaat betekenisvol en samenhangend onderwijs. Schoolleider Marloes Ribbers en taalcoördinator/groepsleerkracht Marleen Abbink vertellen over de ontwikkeling en de opbrengsten ervan. Bekijk printversie.

Hoewel de leesresultaten van basisschool St Jozef goed waren, besloot de school een aantal jaren geleden om het taal-leesonderwijs grondig te vernieuwen. Marleen volgde toen de opleiding tot taalcoördinator en werd zich ervan bewust dat een aantal aspecten van het taal-leesonderwijs op haar school beter kunnen. “Vooral als het gaat om de leesmotivatie van de kinderen was er nog een slag te slaan”, vertelt ze. “We besloten ons dan ook in de eerste plaats te richten op het versterken van de leesmotivatie en het leesplezier van kinderen.”

Thematisch werken

Belangrijk in de nieuwe aanpak is de relatie tussen kennis verwerven en taal/lezen, vertelt Marloes. “Lezen omdat je iets wilt weten, is veel motiverender en betekenisvoller dan lezen omdat het op het rooster staat of omdat de juf het vraagt. Een mooie uitspraak in dit verband vind ik: wie leest weet meer. Lezen en kennisverwerving zijn onlosmakelijk verbonden. We werden ons ervan bewust dat we taal en lezen niet meer apart moeten aanbieden, maar dat het veel zinvoller en betekenisvoller is om het leesonderwijs te verweven in andere vakken en te verbinden met de andere taalvaardigheden.”

Wij ontwikkelen de lessen als team zelf

Daarom gingen de taal- en leesmethodes langzaamaan de deur uit en koos de school ervoor om thematisch te gaan werken. In de periodes tussen vakanties staat er schoolbreed een thema centraal. Doordat de leerlingen lezen, praten en schrijven over het thema, verwerven zij daarover niet alleen veel kennis, maar ontwikkelen zij ook hun taal- en leesvaardigheid. Belangrijke voorwaarde is dat de boeken en teksten die kinderen over het thema lezen, ‘rijk’ zijn. “Wij ontwikkelen de lessen als team zelf”, vertelt Marleen. “Elke twee a drie weken komen we bij elkaar om lessen voor te bereiden aan de hand van verschillende kijkwijzers en lesopzetten. Bronnen zijn bijvoorbeeld de leerlijnen uit Nieuw Leren, de zaakvakmethode en bovenal jeugdliteratuur, fictie en non-fictie.”

Half uur voorlezen

De school heeft ervoor gekozen om het leesonderwijs vorm te geven volgens de methodiek ‘Focus op begrip’, een aanpak die het leesbegrip van kinderen wil bevorderen door hun taal- en kennisbasis te versterken. “Volgens deze methodiek begint leesplezier, het genieten van lezen, met voorlezen”, vertelt Marleen. “Voorlezen heeft dan ook een centrale plek in ons leesonderwijs: in elke groep leest de leerkracht elke dag een half uur voor. Het voorlezen is altijd gekoppeld aan het thema, en naar aanleiding van het voorlezen gaan kinderen erover praten, schrijven en in de onderbouw spelen en tekenen. We kiezen een voorleesboek dat qua taalniveau boven hun niveau ligt. Zo dagen we de kinderen uit en ontwikkelen ze taal. Voorlezen draagt eveneens bij aan burgerschap: leerlingen leren nadenken over dillema’s die voorkomen in boeken en in de wereld. Boeken zijn immers ‘spiegels en vensters’.”

Boekpromotie

Naast het voorlezen, lezen de kinderen vanaf groep 3 elke dag een half uur stil in een zelfgekozen boek, al of niet met ondersteuning van de leerkracht. “Om kinderen hierbij te ondersteunen, doe je als leerkracht op allerlei manieren aan boekpromotie”, vertelt Marleen. “Je vertelt klassikaal iets over een boek, je loopt met een kind of een groepje kinderen even naar de boekenkast of de bieb, of je vraagt kinderen aan elkaar te vertellen waarom ze het zo’n leuk boek vinden. Zo zijn er veel momenten waarop we aan leesbevordering doen.”

Wij willen uitstralen dat wij lezende leerkrachten zijn

Omdat leerkrachten een voorbeeldfunctie hebben, lezen zij zelf ook en praten zij, ook in het bijzijn van kinderen, over boeken met elkaar. “Wij willen uitstralen dat wij lezende leerkrachten zijn”, zegt Marleen. “Dat gaat niet bij iedereen vanzelf, maar dat gaat wel steeds beter. Wij wisselen onderling boeken uit en enthousiasmeren ook elkaar.”

Boekenoffensief

Om het stillezen tot een succes te maken, is het belangrijk dat er een rijk aanbod van kwalitatief goede boeken is. Hoewel een kleine dorpsschool, heeft de St Jozef dat goed voor elkaar. Een groot boekenoffensief heeft ertoe geleid dat de honderd leerlingen van de school beschikken over een collectie van wel liefst 1200 boeken.

“We hebben fors geïnvesteerd in de aanschaf van nieuwe boeken”, vertelt Marloes. “Want als je kinderen wilt motiveren om te lezen, is een rijk gevulde boekenkast, met jeugdliteratuur en informatieve boeken, een must. We werken nauw samen met de lokale dorpsbibliotheek ‘Kleintje Bieb’ die door vrijwilligers wordt gerund. We stemmen onze boekencollecties af, maar er komt bijvoorbeeld ook regelmatig een vrijwilliger als ‘voorleesopa’ voorlezen in groep 1 en 2. Ook werken we nauw samen met een leesconsulent, nodigen we kinderboekenschrijvers uit op onze school en gaan met een groep leerlingen naar een boekwinkel. Door allerlei verschillende leesactiviteiten creëren we een leescultuur in onze school.”

De Beeldredaktie / Vincent Jannink

Thuis lezen

Omdat niet alle kinderen thuis vanzelfsprekend in aanraking komen met boeken en worden gestimuleerd om te lezen, is het belangrijk om de ouders mee te nemen in het leesbeleid en de leesactiviteiten. De school informeert ouders over het belang van lezen en over het leesbeleid van de school en probeert het thuis lezen te bevorderen, bijvoorbeeld door ouders tips te geven voor leuke boeken of leesactiviteiten. “Aan het eind van het schooljaar hebben we de kinderen bijvoorbeeld leeschallenges meegegeven voor in de vakantie”, vertelt Marleen. “Dat is door veel ouders en kinderen opgepakt. Veel kinderen hebben in de vakantie boeken gelezen en dat leidde ook weer tot allerlei boekentips.”

Groeitijd

Spin in het web van het leesonderwijs is Marleen, die als taalcoördinator leerkrachten ondersteunt, bijvoorbeeld door samen lessen voor te bereiden, collegiale consultaties te organiseren en andere scholen te bezoeken. “Het is essentieel dat ik daarvoor goed wordt gefaciliteerd”, vertelt zij, “want daardoor is het voor mij geen extra werklast. En natuurlijk helpt het ook dat deze taken goed aansluiten bij mijn talenten.”

“Bij dit soort processen is het ontzettend belangrijk dat je mensen in hun kracht zet”, vult Marloes aan. “Onze ambitie is ‘maximale groei voor elke leerling en elke leerkracht’. Om dat te bewerkstelligen heb je experts, mensen zoals Marleen, nodig. Maar het mooie is dat we dit echt samen als team doen. We investeren veel in professionaliteit en ontwikkeling en evalueren als team elk half jaar waar we staan, wat goed gaat en wat beter kan. Dat levert altijd weer zinvolle input voor verbetering op.”

Onze ambitie is ‘maximale groei voor elke leerling en elke leerkracht’

Een andere succesfactor is volgens Marleen dat je respecteert dat zo’n proces tijd nodig heeft, dat je mensen tijd moet geven om ervaring op te doen en de nieuwe werkwijze rustig op te bouwen. “Toen we bijvoorbeeld begonnen met een half uur per dag voorlezen, waren er leerkrachten die niet zagen hoe ze dat in hun rooster weggezet zouden kunnen krijgen. We hebben toen een half jaar genomen om er ervaring mee op te doen. Pas toen hebben we er een klap op gegeven. Mensen moeten tijd hebben om ergens in te kunnen groeien. Inmiddels zien we dat collega’s zich veel bewuster zijn geworden van het belang van lezen en van de samenhang met kennisverwerving en met andere taalvaardigheden.”

Sterkere leesmotivatie

Kinderen die geboeid zitten te lezen op het leerplein, geanimeerd met elkaar praten over een boek of leerlingen die vragen of ze hun boek mogen meenemen naar de buitenschoolse opvang; dagelijks zien Marloes en Marleen kleine, mooie opbrengsten van het nieuwe leesbeleid. Veel meer dan voorheen zien zij dat leerlingen gemotiveerd zijn om te lezen. Ze horen dat ook van ouders. Marloes: “Ouders vertellen bijvoorbeeld dat het hen opvalt dat hun kinderen meer kennis van de wereld hebben, makkelijker meepraten over allerlei onderwerpen, en nieuwsgierige vragen stellen”.

De leesmonitor die jaarlijks door de leesconsulent wordt afgenomen, bevestigt dat de leesmotivatie van leerlingen enorm is vooruitgegaan, vertelt Marleen. “Tachtig procent van de kinderen leest graag op school en thuis en van de andere twintig procent geven de meeste kinderen aan dat ze het leuk vinden om op school te lezen. Slechts een klein groepje vindt lezen echt niet leuk. Wij zijn zeer tevreden met deze uitkomst, want dat was immers de inzet van onze inspanningen: de leesmotivatie van de leerlingen versterken. Want wie leest weet meer!”

Gerelateerde items