Sinds dit schooljaar lezen alle leerlingen van het MollerJuvenaat in Bergen op Zoom elke dag 25 minuten een zelfgekozen boek of andere tekst. Het is een van de onderdelen van het taal-leesbeleid waar de school al een aantal jaren aan werkt. Drie docenten Nederlands trekken deze kar met veel enthousiasme: taalcoördinator Chantal Hage, leescoördinator Ana Jimenez en voormalig taalcoördinator Roos Joosten. Bekijk de printversie.
Er kwamen zo’n vijf jaar geleden verschillende dingen samen: Ana werd zich door haar opleiding tot tweedegraads docent Nederlands bewust van het grote belang van lezen en realiseerde zich dat er op haar school onvoldoende aandacht was voor lezen en leesmotivatie. Chantal werd in die periode taalcoördinator en kwam tot dezelfde conclusie. En dan was er ook nog de landelijke tendens van het dalende taalvaardigheidsniveau van jongeren. “Dat alles leidde ertoe dat Ana en ik een cursus taalbeleid zijn gaan volgen”, vertelt Chantal. “We wilden taalbeleid ontwikkelen waarin lezen en leesmotivatie een prominente plaats innemen.”
Allereerst hebben Chantal en Ana met een vragenlijst geïnventariseerd wat vakdocenten denken over het taalniveau van de leerlingen en of ze ideeën hebben voor verbetering. “Veel collega’s gaven aan dat ze merken dat leerlingen het moeilijk vinden om langere teksten te lezen en dat ze denken dat dat onder andere komt doordat ze te weinig ‘leeskilometers’ maken”, vertelt Chantal. “Ook zagen docenten dat leerlingen vaak minder punten bij toetsen halen, doordat ze slecht formuleren of vragen onvolledig beantwoorden. Maar de belangrijkste uitkomst van de vragenlijst was dat vrijwel alle collega’s vinden dat een goede taalvaardigheid bij álle vakken onontbeerlijk is voor het begrip.”
De belangrijkste uitkomst was dat vrijwel alle collega’s vinden dat een goede taalvaardigheid bij álle vakken onontbeerlijk is voor het begrip
Dat docenten van tevoren zijn bevraagd, heeft niet alleen waardevolle input opgeleverd voor het te ontwikkelen taalbeleid, het heeft ook bijgedragen aan het draagvlak daarvoor binnen het team.
Om de taal- en leesvaardigheid van leerlingen in kaart te brengen en te monitoren, werkt de school sinds 2016 met LVS-toetsen, die naast de reguliere toetsen voor het vak Nederlands, jaarlijks worden afgenomen. Bij de start in de brugklas vindt de nulmeting plaats en in de volgende schooljaren wordt de toets aan het eind van het schooljaar afgenomen.
“Uit de nulmeting blijkt waar leerlingen moeite mee hebben en waarin ze achterlopen”, vertelt Chantal. “Om met die informatie wat te doen en de taalvaardigheid van leerlingen te verbeteren, hebben we in leerjaar 1 een extra uur ‘taal’ in het rooster opgenomen. In dat taaluur werken de eerstejaars leerlingen op basis van de toetsresultaten op hun eigen niveau, op maat aan hun taalvaardigheid.”
Leesbevordering en leesplezier zijn belangrijke onderdelen van het taalbeleid van de school. Een leesmediaconsulent van de bibliotheek biedt ondersteuning en denkt mee over leesactiviteiten en over het aanbod van boeken in de schoolbibliotheken. “Onze twee locaties hebben allebei een eigen bibliotheek”, vertelt Ana. “We hebben veel aandacht besteed aan het boekenaanbod, waardoor we nu een actuele en gevarieerde collectie hebben. De bibliotheken worden gerund door leerlingen uit klas 1 en 2, die ook samen met de leesmediaconsulent leesbevorderende initiatieven nemen. Ze zijn nu bijvoorbeeld bezig om boeken te promoten op social media.”
Inzet is dat leerlingen in de onderbouw door meer te lezen gaandeweg ontdekken wat hun leesvoorkeur is, onder andere ter voorbereiding van het lezen voor hun literatuurlijst vanaf leerjaar 4. Ana: “Het motiveert leerlingen als ze boeken lezen die ze leuk vinden. Voor leerlingen die het lastig vinden om erachter te komen wat ze leuke boeken vinden, hebben we een vragenlijst gemaakt die hen daarbij helpt: van wat voor series houd je? Welke boeken vind je echt niet leuk? Ook geeft de leesmediaconsulent in de lessen Nederlands workshops in de klas, waarin ze leerlingen laat kennismaken met verschillende soorten boeken.”

De Beeldredaktie / Joyce van Belkom
Toen het belang van lezen en leesbevordering goed op de kaart was gezet, bogen Ana en Chantal zich over de vraag hoe ze leerlingen daadwerkelijk meer kunnen laten lezen, zonder dat het op het rooster meer tijd in beslag neemt. Dat leidde tot een bijzonder initiatief: sinds dit schooljaar lezen leerlingen elke dag 25 minuten in verschillende vaklessen, van geschiedenis en scheikunde tot Duits en gymnastiek. “Het was een hele puzzel om dat zodanig te organiseren, dat het leesmoment gelijk over de vakken is verdeeld”, vertelt Chantal. “Het is immers best veel als er 25 minuten van je les afgaan. Toch hebben we daarvoor gekozen omdat onderzoek laat zien dat leerlingen niet tot diep lezen komen als ze maar even, bijvoorbeeld 10 minuten, lezen. Ons idee was: als we dit gaan doen, dan doen we het ook goed.”
Om de ‘last’ gelijk te verdelen over vakdocenten, is het als volgt georganiseerd: de eerste week lezen de leerlingen het eerste lesuur 25 minuten, de tweede week het tweede lesuur, de derde week het derde lesuur enzovoort tot en met het zesde lesuur. Dan, in de zevende week, beginnen ze weer bij het eerste lesuur. De vakdocenten van de betreffende lessen, lezen tijdens deze 25 leesminuten zelf ook een boek of artikel dat zij leuk of interessant vinden en dat niet per se over hun vak gaat.
Leerlingen mogen tijdens het leesmoment lezen wat ze maar willen. Anders dan de boeken die ze voor hun lijst lezen, zijn er maar twee voorwaarden: het boek/tijdschrift/krant moet van papier zijn en het moet Nederlandstalig zijn. “We maken nadrukkelijk onderscheid met het lezen voor het examen, omdat we het belangrijk vinden dat leerlingen tijdens het leesmoment echt lezen wat ze leuk vinden”, vertelt Roos. “Omdat het ook motiverend is als leerlingen praten over wat ze lezen, besteden we daar eens in de zes weken aandacht aan in de lessen Nederlands. Maar ook docenten wisselen met leerlingen uit wat ze aan het lezen zijn tijdens de 25 minuten. Leerlingen zijn vaak geïnteresseerd in wat docenten leuk vinden om te lezen.”
“Het was best spannend om dit plan aan de collega’s voor te leggen,” vertelt Ana, “maar het is goed opgepakt en veel collega’s zijn enthousiast. Binnenkort gaan we het leesmoment met het team evalueren. We zijn benieuwd naar de ervaringen van de collega’s, waar ze tegenaan lopen, of ze verbetervoorstellen hebben en of ze nog wat nodig hebben ter ondersteuning.” “Ook gaan we aan vakdocenten vragen om in hun lokaal een boekenplankje in te richten met boeken die bij hun vak passen”, vult Chantal aan. “Daar kunnen geïnteresseerde leerlingen dan ook boeken uit kiezen voor het leeshalfuur.”
Het was best spannend om dit plan aan de collega’s voor te leggen, maar het is goed opgepakt en veel collega’s zijn enthousiast
Dat veel docenten gemotiveerd en bereid zijn om een deel van hun les ‘af te staan’ voor het leesmoment, heeft onder meer te maken met het feit dat docenten van het begin af aan zijn meegenomen in de ontwikkeling van het taal-leesbeleid. Ook is er de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan taal in vaklessen. Zo volgde het team een scholing ‘taalgericht lesgeven’ en een workshop over rijke vakteksten. Chantal: “Het is essentieel dat vakdocenten beseffen dat de taalvaardigheid van leerlingen bij alle vakken, dus ook bij hun eigen vak, heel belangrijk is. Dat bleek ook uit de vragenlijst, dus daar hebben we sterk op ingestoken.”
In dit kader speelt ook de taalwerkgroep een belangrijke rol. Deze werkgroep, die bestaat uit docenten van verschillende vakken, houdt zich onder meer bezig met taalgericht vakonderwijs (TVO). Werkgroepleden bezoeken bijvoorbeeld lessen om te kijken hoe collega’s teksten gebruiken in hun lessen en voeren daarover een gesprek. Chantal: “Doordat de samenstelling van deze werkgroep per jaar wisselt, sijpelt het door in alle secties. Ook proberen we docenten op verschillende manieren te ondersteunen. Zo hebben we per vak bijvoorbeeld een lijst gemaakt van rijke vakteksten en geven we docenten regelmatig via de wekelijkse ‘Nieuwsflits’ een taaltip, bijvoorbeeld boeken die je in de vakles kunt gebruiken.”
Stap voor stap wordt de leescultuur in de school verder uitgebreid. Er worden schrijvers uitgenodigd op school, leerlingen bezoeken het literatuurmuseum, in elk lokaal hangt een ‘taalkaartje’ met vijf aandachtspunten voor het goed formuleren van je antwoorden, en met de slogan ‘Eerder klaar? Lezen maar!’ worden leerlingen uitgenodigd en gestimuleerd om te gaan lezen als ze klaar zijn met een toets.
“Het is heel belangrijk dat de schoolleiding deze ontwikkeling van harte ondersteunt door te faciliteren en door het belang van het taalbeleid uit te dragen”, zegt Ana. “Dat is een voorwaarde voor succes. Mede dankzij de steun van de schoolleiding breidt de leescultuur zich steeds verder uit. Er gebeurt al heel veel, maar we hebben nog volop ideeën. We willen bijvoorbeeld posters met boekentips in de school gaan ophangen en leeshoekjes inrichten in de school.”

De Beeldredaktie / Joyce van Belkom
Dat er in toenemende mate sprake is van een leescultuur, zien de geïnterviewden terug in de lessen waar vakdocenten steeds meer aandacht besteden aan taal en lezen, maar ook in het gedrag en de resultaten van leerlingen. Chantal: “Waar voorheen door leerlingen nog volop werd gezucht en gesteund als ze een wat langere tekst moesten lezen, is dat nu vrijwel niet meer aan de orde. Leerlingen lezen makkelijker, hebben meer leesconditie opgebouwd én vinden lezen überhaupt leuker dan voorheen.”
Dat wordt bevestigd door de uitkomsten van de leesmonitor die elk jaar in samenwerking met de bibliotheek onder docenten en leerlingen wordt uitgezet. “Het leesplezier van onze leerlingen, zowel van jongens als meisjes, ligt hoger dan het landelijk gemiddelde”, vertelt Ana. “58 procent van onze leerlingen geeft aan dat ze lezen ‘leuk’ of ‘heel leuk’ vinden, terwijl dat percentage landelijk op 45 procent ligt.
“Ook de LVS-toetsen laten een stijging zien”, vult Chantal aan. “We hebben deze toetsen het afgelopen jaar in klas 1 t/m 3 afgenomen en in al deze leerjaren scoren de leerlingen op spelling, woordenschat en leesvaardigheid gemiddeld op of boven het landelijke streefniveau. We ervaren in de praktijk dat het steeds beter gaat, en het is stimulerend dat dit door data wordt bevestigd.”