Het leesonderwijs op basisschool De Bonckert in Boxmeer heeft in twee jaar tijd een gedaanteverwisseling ondergaan. Centraal staat het Schrijversgilde, een zelf ontwikkelde methodiek voor effectief lezen die de plaats van begrijpend lezen en van de taalmethode heeft ingenomen. Met samenleesboeken, een leesmuur, schrijfopdrachten en rijke teksten bij wereldoriëntatie krijgen kinderen de liefde voor het lezen bijgebracht. Bekijk hier het vormgegeven portret.
De vernieuwing op De Bonckert begon in het schooljaar 2023-2024, toen de resultaten voor begrijpend lezen al een tijdje tegenvielen. Het was niet zo dat de inspectie zich zorgen maakte; het waren de leerkrachten zelf die vonden dat het beter kon. Dus toen Vera Mossink, destijds net begonnen als leerkracht groep 7 en taal-leescoördinator, zei dat ze onder meer de methode voor begrijpend lezen door een meer aansprekende aanpak wilde vervangen, stond het team daar wel voor open.
Ook voor directeur Marieke Jansen kwam het idee op een goed moment. Er waren veel nieuwe leerkrachten begonnen en met dat vernieuwde team wilde Marieke een stap zetten in het professionaliseren van de werkcultuur. Dat moest gebeuren rondom een thema en het verbeteren van het leesonderwijs zou zich daar prima voor lenen. Ook bood dit de mogelijkheid het leesonderwijs te verbinden met het onderwijsconcept en didactische model van de school. De Bonckert biedt ervaringsgericht onderwijs (EGO), dat uitgaat van het principe van pedagogische sensitiviteit: kinderen die goed in hun vel zitten en betrokken zijn, komen tot leren. Voor de didactiek maakt de school vaak – maar niet altijd – gebruik van effectieve directe instructie (EDI), zegt Marieke. “Leerkrachten bepalen zelf wanneer het wijs is EDI in te zetten.”
Het leerteam effectief lezen – leerkrachten Vera Mossink en Sandra Kersten – nam het voortouw in de vernieuwing. Zij doken in de theorie en vonden vooral inspiratie in het boek ‘Effectief leesonderwijs in de praktijk’ van Heleen Buhrs. “Dat is toch een soort bijbel geworden”, zegt Vera lachend. Tijdens een webinar over effectief lezen kwam het tweetal andere relevante literatuur op het spoor, zoals ‘Wat een goede tekst’ van Petra de Lint, ‘Iedereen kan leren schrijven’ van Suzanne van Norden en ‘Begrijpend lezen in een doorlopende lijn’ van Marita Eskes. De belangrijkste les die ze meenamen: zorg als leerkracht dat je lezen in de les altijd opvolgt met schrijven.
Het boek ‘Effectief leesonderwijs in de praktijk’ is toch een soort bijbel geworden
Met dit alles in het achterhoofd ontwikkelde Vera een methodiek voor literaire ontwikkeling voor de groepen 1 tot en met 8 die is opgebouwd volgens de leerlijn literatuur van SLO. In feite is het een grote bak met alle mogelijke soorten kaarten die je als leerkracht nodig kunt hebben als je samen met kinderen een boek of tekst wilt analyseren. Er zijn bijvoorbeeld kaarten waarop genres worden uitgelegd, literaire begrippenkaarten (wat is een epiloog?), emotiekaarten (welke emoties passen bij welk personage?) en verhalenvonken, dit zijn schrijfstarters. In elke les pak je de kaarten die je nodig hebt, geef je er uitleg bij en hang je ze op een speciale ‘leesmuur’ in het lokaal, waar ook al een afbeelding van de kaft en een foto van de auteur van het boek hangen. Zo raakt de muur steeds verder gevuld, totdat het boek uit is en er een complete analyse hangt.
De kaarten zijn altijd en overal toepasbaar, maar Vera en haar collega’s gebruiken ze onder meer in combinatie met samenleesboeken. Dat zijn kinderboeken die door een hele groep gezamenlijk gelezen worden: minstens een uur per week, vier á vijf boeken per groep per jaar. Ieder kind heeft het boek voor zijn neus, de leerkracht leest voor, geeft uitleg en stelt vragen: ‘wat zou de schrijver hier bedoelen?’ De kinderen lezen met potlood in de hand en maken aantekeningen – passief lezen is niet toegestaan. Vaak krijgen ze er ook een leesschema bij, dat ze later bij hun schrijfopdracht moeten gebruiken. Het proces is steeds hetzelfde: samen lezen, er met elkaar over praten en dan een schrijfopdracht uitvoeren. Die schrijfopdracht kan van alles zijn: een verhaal, een nieuwsbericht, een betoog of een dagboekfragment.

Het is een bewuste keuze om leerlingen samen en niet individueel te laten lezen, zegt Vera. “Als iedereen stil leest in een eigen boek, weet ik niet wat er gebeurt. Ik weet niet of ze het snappen, ik weet niet wat ze denken. En intussen is Marietje al twee keer naar de wc geweest en heeft Pietje nog geen bladzijde omgeslagen, terwijl we al een kwartier aan het lezen zijn. Met de methodiek van het Schrijversgilde kan ik alles monitoren. Ik weet wat alle leerlingen denken, want dat schrijven ze op. Ze moeten er samen over praten en dus doet iedere leerling mee. Ook kan ik op deze manier veel beter de diepere lagen van een boek raken. En door het voorlezen horen de leerlingen ook nog eens de hele tijd good practice.”
Een ander belangrijk deel van het vernieuwde leesonderwijs op De Bonckert speelt zich af binnen de thematische wereldoriëntatieprojecten. Daar lezen de leerlingen rijke teksten (in de betekenis van rijke taal: www.rijketaal.org/). De school werkt met vijf brede thema’s per jaar: omgaan met jezelf en de ander, geschiedenis, aardrijkskunde, natuur, en natuurverschijnselen en & techniek. Dit gebeurt aan de hand van een gethematiseerde, samenhangende lesmethode in de vakgebieden geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, techniek en taalbeschouwing. “De betreffende methode is gebaseerd op rijke teksten én op EDI, dus de keuze lag voor de hand”, zegt Vera. De methode wordt aangevuld met rijke teksten die de leerkrachten zelf kiezen. Daarbij kijken ze naar een goede variatie in tekstsoorten, en komen de kaarten van het Schrijversgilde goed van pas.
Om leesonderwijs te geven op de manier van De Bonckert, heb je als school drie soorten boeken nodig. Om te beginnen samenleesboeken voor de literaire lessen: ongeveer 25 exemplaren per titel, voldoende voor alle leerlingen in de groep. Daarnaast projectboeken voor in de klassen, die de leerlingen kunnen gebruiken voor presentaties of informatie over de vijf wereldoriëntatiethema’s. En dan ook nog themaboeken van hoge kwaliteit voor gebruik door de leerkracht in de wereldoriëntatielessen: boeken waarvan is aangetoond dat ze rijke teksten bevatten. Al met al een forse investering, beaamt Marieke. “Maar als je op deze manier wilt werken, kun je niet zonder.” Gelukkig kon de school een beroep doen op een innovatiebudget van het schoolbestuur.
Het is opvallend hoever De Bonckert in twee jaar tijd met de ontwikkeling van het leesonderwijs is gekomen. Terugkijkend denken Marieke en Vera dat twee factoren cruciaal waren: het team heeft het samen gedaan en de school heeft het goed gefaciliteerd. Zo hebben de leerkrachten ontwikkeltijd gekregen in de vorm van tweewekelijkse lesvoorbereidingsmiddagen. Ook is Vera als taal-leescoördinator een dag per week vrijgeroosterd voor begeleiding, iets wat bekostigd kon worden uit de Subsidie Basisvaardigheden. Vera gebruikt de dag voor klassenobservaties en coachgesprekken. “Ook geef ik voorbeeldlessen waarin ik laat zien hoe je met de Schrijversgilde-toolkit werkt”, zegt ze. “Dat werkt heel goed: collega’s zien het en denken: dat kan ik ook.”
Collega’s zien het en denken: dat kan ik ook
Daarnaast biedt Vera verplichte en vrijwillige inloopmomenten aan, waarop leerkrachten langskomen voor theorie, inspiratie, boekentips of hulp bij het beoordelen of een tekst rijk genoeg is. Ze heeft onder meer een online tool ontwikkeld waarmee leraren in zes vragen kunnen checken of hun tekst ‘rijk’ genoeg is voor gebruik in de les. Ook zet zij bij de start van elk nieuw thema een grote stapel boeken klaar met rijke teksten die bij het thema passen, zodat collega’s kunnen kiezen wat bij hun doelen past. En elke eerste dinsdag van de maand gaat ze de klassen rond met een koffer vol boeken. “Dan vertel ik over nieuwe uitgaves en mooie vondsten en nemen we de kinderboeken-top 40 door.”
Het leesonderwijs op De Bonckert is nog niet ‘klaar’ – dat zou naïef zijn na twee jaar. Maar de opbrengsten zijn hoopgevend. Waar de resultaten op het gebied van technisch lezen nog even op zich laten wachten, zijn de vaardigheidsscores op de Cito-toetsen (in hoeverre is een kind gegroeid ten opzichte van zichzelf?) in alle groepen enorm omhooggegaan. Misschien nog wel belangrijker is dat de leeshouding van de kinderen totaal is veranderd, aldus Vera en Marieke. Het empathisch vermogen is gegroeid: leerlingen leven mee met personages en kijken dieper. Ze zijn nieuwsgieriger geworden, willen in elk boek bladeren, de leesmotivatie is gigantisch gestegen. Zelfs de lokale boekhandel merkt dat kinderen frequenter boeken komen kopen.
De sleutel tot dit succes ligt in het aanwakkeren van de liefde voor lezen – bij kinderen én leerkrachten. “Het is als in die uitspraak van Antoine de Saint-Exupery”, zegt Marieke: “Als je een schip wilt bouwen, leer mensen dan eerst te verlangen naar de eindeloze zee.” Dat verlangen is te zien bij leerlingen die op vrijdagmiddag niet om een film vragen, maar om een half uurtje stillezen in hun eigen boek. Die selfies sturen vanuit een boekwinkel in Maastricht: “Ik heb hem gekocht!” En die mailtjes sturen naar uitgeverijen voor promotiemateriaal en zelf met de boekhandel bellen voor boekenposters. Het verlangen naar de oneindige zee – op De Bonckert groeit het.
We hebben wetenschappers verbonden aan de Kennistafel Effectief Leesonderwijs gevraagd te reflecteren op de praktijkvoorbeelden. Wat herkennen zij vanuit de theorie en welke aanbevelingen hebben zij voor de scholen in de praktijkvoorbeelden én de lezer die aan de slag wil met het leesonderwijs op de eigen school? Deze wetenschappelijke reflectie is geschreven door Roel van Steensel, hoogleraar bij de Erasmus Universiteit en Vrije Universiteit.
De veranderingen die in het leesonderwijs op De Bonckert zijn ingezet, rusten op twee belangrijke pijlers.
Een eerste belangrijke randvoorwaarde is dat het leesonderwijs als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de school wordt gezien en wordt gefaciliteerd vanuit het schoolmanagement. Dat helpt om een samenhangend curriculum te realiseren waarin leerlingen kennis en vaardigheden kunnen opbouwen en maakt het gemakkelijker om het leesonderwijs te prioriteren. Wat in het geval van De Bonckert belangrijk is, is dat de schoolleider de verbetering van het leesonderwijs heeft benaderd als onderdeel van een bredere professionalisering van de werkcultuur en heeft gezocht naar aansluiting bij het onderwijsconcept en didactische model van de school.
Een tweede belangrijke randvoorwaarde is dat er, ondanks het gegeven dat het leesonderwijs wordt gevoeld als gezamenlijke verantwoordelijkheid, een trekker is die zicht houdt op kwaliteit. Het klinkt als een verstandige investering om de subsidie Basisvaardigheden in te zetten om de taal-leescoördinator een dag vrij te roosteren, zodat zij klassenobservaties kan doen en coachgesprekken kan uitvoeren (hoewel mijn hoop is dat die investering structureel en niet tijdelijk zal zijn). Ook die keuze draagt bij aan een kwaliteitsvol en samenhangend curriculum.
Een derde belangrijke randvoorwaarde is dat er goede leesmaterialen zijn. Goed leesonderwijs begint bij goede boeken: effectonderzoek naar de Bibliotheek op school laat bijvoorbeeld zien dat het binnenbrengen van een kwalitatief goede, actuele en steeds wisselende collectie in scholen resulteert in actiever, meer gemotiveerd en beter lezen door kinderen (Nielen & Bus, 2015). De investering die De Bonckert heeft gedaan in rijke samenleesboeken, project- en themaboeken lijkt dus goed besteed. Ook hier speelt de taal-leescoördinator een belangrijke rol: zij faciliteert het gebruik van de boeken.
De tweede pijler heeft te maken met de didactische keuzes die zijn gemaakt. Centraal daarin staat de actieve verwerking van teksten, waarbij leerlingen worden aangemoedigd te discussiëren over en te schrijven naar aanleiding van gelezen teksten. Praten over teksten heeft een aantal belangrijke voordelen (Helder & Van Steensel, in voorbereiding; Okkinga & Van Gelderen, 2022): kinderen kunnen leren van elkaars taakaanpak, ze maken kennis met andere inhoudelijke perspectieven op een tekst, wat kan leiden tot een kritischere beschouwing van de tekst, en ze leren argumenteren om zo (ogenschijnlijke) tegenstrijdigheden binnen of tussen teksten op te lossen en tot diepgaandere verwerking te komen. Lezen en schrijven hangen samen en daar zijn drie verklaringen voor (Van der Hoeven et al., 2022):
Koppelen van lezen en schrijven heeft dus een versterkend effect voor beide vaardigheden. Mooi hier is ook dat leerlingen allerlei soorten schrijfopdrachten krijgen (een verhaal, een nieuwsbericht, een betoog of een dagboekfragment). Zo leren ze over de conventies van verschillende genres en teksttypen en ook die kennis is gunstig voor de leesontwikkeling (Bogaerdts-Hazenberg et al., 2022). Ten slotte sluit ook de keuze om te werken rond thematische wereldoriëntatieprojecten aan bij geaccepteerde inzichten over leesontwikkeling: om teksten diepgaand te kunnen begrijpen, is achtergrondkennis cruciaal (Van Moort et al., 2022). Een thematische benadering waarin lees- en zaakvakonderwijs worden gekoppeld, stelt leerlingen in staat om die kennis te ontwikkelen en zo beter te gaan lezen.
Bogaerds-Hazenberg, S., Bergh, H. van den, & Evers-Vermeul, J. (2022). Onderwijs in tekststructuur. In Th. Houtveen & R. van Steensel (Red.), De zeven pijlers van onderwijs in begrijpend lezen. Stichting Lezen Reeks Deel 35 (pp. 59-84). Eburon.
Helder, A., & Steensel, R. van (in voorbereiding). Begrijpend lezen. In T. Kleemans & M. van den Boer (Red.), Orthopedagogiek: Leerproblemen. Boom.
Hoeven, J. van der, Kooiker-Den Boer, H., Bergh, H, van den, & Evers-Vermeul, J. (2022). Combineren van lees- en schrijfonderwijs loont. In Th. Houtveen & R. van Steensel (Red.), De zeven pijlers van onderwijs in begrijpend lezen. Stichting Lezen Reeks Deel 35 (pp. 129-146). Eburon.
Moort, M. van, Helder, A., & Broek, P. van den (2022). Werk aan het opbouwen van kennis. In Th. Houtveen & R. van Steensel (Red.), De zeven pijlers van onderwijs in begrijpend lezen. Stichting Lezen Reeks Deel 35 (pp. 15-36). Eburon.
Nielen, T. M., & Bus, A. G. (2015). Enriched school libraries: A boost to academic achievement. AERA open, 1(4), 2332858415619417.