Hoe SBO Het Speelwerk het leesplezier terugbracht in de klas

Dat leerlingen van SBO Het Speelwerk in Zwolle de afgelopen jaren beter zijn gaan lezen is fantastisch, maar het belangrijkste is volgens directeur Arco van Diggele dat de motivatie en het gevoel van eigenwaarde van de kinderen zijn toegenomen. “Als je lezen leuk vindt en je weet dat je het kan, dan ga je meer én beter lezen.” De school vernieuwde de afgelopen jaren het taal-leesbeleid en zette allereerst in op versterking van de leesmotivatie van de kinderen. Bekijk de printversie.

De meeste leerlingen van SBO Het Speelwerk zijn afkomstig van een reguliere basisschool. Vaak hebben ze daar met (leren) lezen frustrerende ervaringen opgedaan waardoor hun leesmotivatie tot het nulpunt is gedaald. “Ze hebben helemaal geen zin in lezen”, zegt Arco. “Basishouding van veel leerlingen die hier binnenkomen is: ‘school is stom, lezen is moeilijk en ik kan het niet’. Ze lezen slecht of kunnen niet lezen en daar lijden de prestaties bij andere vakken natuurlijk ook onder. Het is inmiddels meer dan tien jaar geleden dat we besloten om alles op alles te zetten om onze leerlingen aan het lezen te krijgen en ik ben er trots op te kunnen zeggen dat dat goed is gelukt.”

Goed voorbeeld

De school omarmde de List-methodiek, waarvan versterking van de leesmotivatie een belangrijk onderdeel is. Gedurende een implementatietraject van twee jaar werd het team hierin geschoold door professionals van hogeschool Windesheim. Kern van de aanpak is dat kinderen elke dag een half uur lezen in een boek dat ze zelf uitkiezen. Tot niveau E5 lezen de kinderen in duo’s, zachtjes hardop; kinderen met een hoger leesniveau lezen individueel stil.

De duo’s zijn vaak leerlingen uit de eigen groep, maar kinderen worden ook wel gekoppeld aan een tutor, een leerling uit een hogere groep, vertelt Arco. “Een leerling met dyslexie leest bijvoorbeeld samen met een leerling uit een hogere groep die ook dyslexie heeft en die goed kan lezen. Die leerling kan goed begrijpen waarom leren lezen moeilijk is, én het betreffende kind krijgt zo een goed voorbeeld en ervaart: je kan ook leren lezen als je dyslexie hebt.”

Je kan ook leren lezen als je dyslexie hebt

Cadeautje

Natuurlijk is het motiverend als je een boek leest dat jou aanspreekt. Daarom kiezen de kinderen zelf welk boek ze gaan lezen en maken ze kennis met veel boeken zodat ze een ruime keuze hebben. Dat gebeurt op verschillende manieren. Allereerst heeft de school in de loop der tijd een rijk gevulde bibliotheek opgebouwd, die regelmatig wordt aangevuld. Arco: “Als we nieuwe boeken kopen, pakken we die in als cadeautjes. Zo benadrukken we dat lezen een feestje is. Ook gaan de kinderen met de klas regelmatig naar de Zwolse openbare bibliotheek en houden leerkrachten drie keer per week een zogenoemde ‘boekenbabbel’ waarin ze een boek introduceren en er een stukje uit voorlezen.”

Kinderen die het desondanks lastig vinden om een boek te kiezen krijgen daarbij ondersteuning. “Dan gaan we op zoek naar een ingang,” vertelt Arco, “want er is altijd een onderwerp te vinden dat het kind wél boeiend vindt. Als we geen boek over het betreffende onderwerp hebben, dan kopen we een boek. Een onderwijsassistent ontdekte bijvoorbeeld dat een kind dat niet gemotiveerd was om te lezen veel interesse had in autotechniek. De onderwijsassistent gaf het kind het instructieboekje van een auto en is samen met de leerling in de auto gaan zitten. Wat zit waar? En waar is dit voor? Op die manier is deze leerling toch tot lezen gekomen.”

Er is altijd een onderwerp te vinden dat het kind wél boeiend vindt

Begrijpend voorlezen

Nadat de List-methodiek goed was geïmplementeerd, nam de school het onderwijs in begrijpend lezen op de schop omdat veel sbo-leerlingen daar grote moeite mee hebben. Dat komt volgens Arco onder meer doordat de methodes het begrijpend lezen erg ingewikkeld maken. “Onze leerlingen gaan niet beter lezen als ze allerlei leesstrategieën moeten leren en bijvoorbeeld moeten leren wat ‘verwijswoorden’ zijn. Daarom hebben wij de begrijpendleesmethode afgeschaft en zijn we gaan werken volgens de methodiek ‘Focus op begrip’. Die methodiek is ontwikkeld voor het reguliere basisonderwijs, maar een van de ontwikkelaars van Focus heeft met ons meegedacht over de vraag hoe we deze methodiek in het speciaal basisonderwijs kunnen inzetten. Uiteindelijk zijn we uitgekomen op ‘begrijpend voorlezen’, zoals wij het noemen.”

Begrijpend voorlezen houdt in dat leerkrachten van alle groepen elke dag minimaal een half uur voorlezen uit jeugdliteratuur van een wat hoger niveau dan het leesniveau van de kinderen. De boeken staan altijd in het teken van het thema dat in de zaakvakken centraal staat. Na het voorlezen praat de leerkracht met de kinderen: wat vind je hiervan? Wat sprak je aan? Waarom sprak dat je aan? “Die gesprekken verliepen aanvankelijk best moeizaam,” vertelt Arco, “maar hoe vaker we het deden, hoe meer de kinderen gingen meepraten; ook omdat ze ervaren dat er niks ‘fout’ is. Je inbreng is altijd goed, omdat het jouw beleving is. Iedereen kan meedoen met begrijpend voorlezen, ook de kinderen die niet of moeilijk kunnen lezen.”

Eyeopener

Gaandeweg werden de effecten van begrijpend voorlezen zichtbaar. “Dat de kinderen samen naar een verhaal luisteren en erover praten versterkt het saamhorigheidsgevoel”, vertelt Arco. “Doordat in de boeken vaak maatschappelijke onderwerpen aan de orde komen, gaan kinderen ook veel over zichzelf vertellen: ‘dat is mij thuis ook zo’ of ‘dat heb ik ook wel eens meegemaakt’. Zo ontstaat een sterke betrokkenheid bij het verhaal, bij het thema én bij elkaar. Eigenlijk kom je zo op een hele natuurlijke manier tot burgerschapsonderwijs. Doordat de voorleesboeken altijd in het teken staan van het thema, is de context betekenisvol en komt het onderwerp op andere manieren terug. Dat  versterkt de betrokkenheid van de kinderen enorm.”

Naast de mooie effecten van het begrijpend voorlezen die de leerkrachten waarnemen, laten ook de toetsresultaten een stijgende lijn zien. “Dat was verrassend,” vertelt Arco, “omdat we op deze manier in feite niet veel doen aan wat normaalgesproken onder begrijpend lezen wordt verstaan. “Maar uit de toetsresultaten blijkt dat de kinderen, door over de voorgelezen boeken te praten, ook meer grip krijgen op teksten en meer zicht krijgen op hoe teksten in elkaar zitten. Dat was voor ons echt een eyeopener.”

De toetsresultaten laten zien: praten over voorgelezen boeken helpt kinderen teksten beter te begrijpen

Woorden overschrijven

Een kleine twee jaar geleden ging ook de spellingmethode de deur uit. Het aanleren van spellingregels werkte demotiverend en de resultaten van het spellingonderwijs waren slecht. Een van de leerkrachten onderzocht in het kader van de master ‘Leren en innoveren’ hoe spellingonderwijs in het speciaal basisonderwijs eruit zou moeten zien. Daaruit bleek dat het goed werkt als kinderen woorden meerdere keren per week overschrijven: niet de regel, maar het woordbeeld wordt ingeslepen.

Arco: “Het is essentieel dat deze woorden betekenisvol zijn. Daarom neemt de leerkracht een bladzijde uit het voorleesboek en selecteert daaruit vijf woorden van verschillende spellingcategorieën. De leerlingen kiezen zelf ook vijf woorden van deze bladzijde. Deze tien woorden schrijven de leerlingen elke dag over. Met een aantal woorden moeten ze ook zinnen maken. Aan het eind van de week krijgen ze een dictee van de vijf woorden die de leerkracht heeft gekozen.”

De resultaten zijn hoopgevend. De kinderen zijn gemotiveerder, vooral doordat het woorden zijn uit het voorleesboek. Daardoor hebben de woorden die de kinderen moeten schrijven een betekenisvolle context en is ook het spellingonderwijs aan het thema verbonden. “Dat de woorden uit het voorleesboek komen, geeft houvast en inspiratie”, zegt Arco. “Er zijn zelfs kinderen die zo ver komen, dat ze naar aanleiding van de woorden een verhaaltje schrijven. Dat was voorheen echt ondenkbaar.”

Levend houden

Het Speelwerk besteedt op allerlei manieren aandacht aan taal, lezen en leesbevordering. Zo worden er schrijvers uitgenodigd op school, is er veel aandacht voor de kinderboekenweek, en wordt er regelmatig een boekenmarkt in de school georganiseerd. Ook doet de school mee met ‘Alle Zwolse kinderen lezen’, een leesbevorderingsproject van de gemeente. In dat kader krijgt de school subsidie waarmee de schoolbibliotheek up to date wordt gehouden en is er een leesconsulent aan de school gekoppeld. Deze leesconsulent geeft leerkrachten tips en ondersteuning, neemt elk jaar de leesmonitor af en bespreekt de uitkomsten met het team.

Arco benadrukt dat het belangrijk is om het taal-leesbeleid in het team levend te houden. Daarbij speelt de leescoördinator van de school een grote rol. “Zij onderhoudt het contact met de bibliotheek en met de leesconsulent, geeft boekentips, wijst het team op relevante nascholingscursussen en besteedt op elke studiedag 30-60 minuten tijd aan taal-lezen om de collega’s te inspireren en te professionaliseren.”

Om het taal-leesbeleid te monitoren, voeren de leescoördinator en Arco een aantal keren per jaar observaties uit in de klassen. “We kijken dan of we allemaal nog doen wat de bedoeling is. Ook hebben we een kwaliteitskaart gemaakt met alle afspraken en actiepunten. Minimaal een keer per jaar bespreken we die met het team en stellen we de kaart zo nodig bij: wat hadden we ons voorgenomen en is dat gelukt? Welke nieuwe afspraken gaan we maken? Zo houden we het taal-leesbeleid levend én in ontwikkeling.”

 

Gerelateerde items