Hoe kunnen we als bestuur bijdragen aan de verbetering van de basisvaardigheden van leerlingen, zonder de autonomie van onze scholen aan te tasten? Deze vraag leidde bij onderwijsorganisatie Elevantio in de regio Zeeuws-Vlaanderen tot een bestuursbreed verbetertraject dat dit schooljaar op de 38 scholen van start is gegaan. Hoewel het traject zich ook richt op rekenen, zoomen we hier met drie betrokkenen in op de verbetering van het leesonderwijs. Saskia Rentmeester en Sentina van Hal zijn beleidsadviseurs van het team ‘Onderwijs en kwaliteit’ van Elevantio, en leerkracht Annemiek van Opstal is als leesspecialist lid van het expertteam dat de scholen ondersteunt bij het verbetertraject. Bekijk hier het opgemaakte portret.
Toen twee jaar geleden uit de jaarlijkse rapportages bleek dat de basisvaardigheden van de leerlingen achterbleven bij de ambities van Elevantio, besloot het bestuur om dit bestuursbreed op te pakken. Er werd een werkgroep gevormd die zich vorig schooljaar (2024 – 2025) met ondersteuning van Sentina, Saskia en domeindirecteur Onderwijs & Kwaliteit Isabel van Eck, boog over de vraag hoe dat het beste kan worden aangepakt. “De werkgroep bestond uit twaalf professionals van verschillende scholen, die expertise hebben op het gebied van het onderwijs in basisvaardigheden”, vertelt Sentina. “De werkgroep kreeg de opdracht om een verbeterplan basisvaardigheden te maken. Doel van het verbetertraject is dat scholen het leesonderwijs versterken zodat elke school een geoptimaliseerd leesbeleid heeft.”
Om dat te realiseren, heeft de werkgroep een richtinggevend kwaliteitskader opgesteld, dat scholen gebruiken bij de ontwikkeling van hun eigen leesonderwijs. Want van het begin af aan staat voorop dat de autonomie van de scholen gewaarborgd moet zijn. “Het kwaliteitskader bevat kwaliteitsindicatoren die aangeven waar de leespraktijk aan moet voldoen, bijvoorbeeld gebruik van rijke teksten en versterking van de leesmotivatie, maar schrijft niet voor hoe de scholen dat moeten vormgeven”, vertelt Saskia. “Scholen kunnen het kader ook gebruiken als instrument om vast te stellen waar ze staan en waar ze nog aan moeten werken.”
Voor het opstellen van het kwaliteitskader heeft de werkgroep verschillende bronnen geraadpleegd, waaronder de kwaliteitswaaier Effectief onderwijs in begrijpend lezen, vertelt Sentina. “Het waarderingskader van de inspectie hebben we als kapstok gebruikt, omdat dat kader leidend is voor onze kwaliteit. Door het inspectiekader te verbinden met het kwaliteitskader van het verbeterplan basisvaardigheden, zorgen we ervoor dat we dezelfde terminologie gebruiken, bijvoorbeeld ‘aanbod’, ‘onderwijstijd’, ‘pedagogisch didactisch handelen’ en ‘de cyclus van handelingsgericht en opbrengstgericht werken’.”
Het verbetertraject speelt zich af in alle lagen van de organisatie; er moet iets gebeuren op bestuursniveau, op schoolniveau en in de klas. Aan de hand van het model Regie op Onderwijskwaliteit (PO-Raad), dat onderscheid maakt in fases ‘definiëren’ , ‘zicht hebben’, ‘werken aan’ en ‘verantwoorden’, is beschreven wat er op welk organisatieniveau moet gebeuren.

“Door te kiezen voor dit model, zorgen we ervoor dat professionals op alle niveaus ermee aan de slag gaan”, licht Sentina toe. “Dit is de eerste keer dat het bestuur op deze manier stuurt op het primaire proces: kaders aanreiken en scholen en leerkrachten stimuleren om aan de hand daarvan kritisch te kijken naar de eigen aanpakken en methodes: in hoeverre voldoet onze praktijk aan de indicatoren uit het kwaliteitskader?”
De werkgroep stelde voor om een expertteam basisvaardigheden te vormen dat wordt gefaciliteerd om de scholen te ondersteunen bij het verbetertraject. “Je kunt daarvoor natuurlijk een extern bureau inschakelen, maar wij hebben er bewust voor gekozen om mensen uit onze eigen organisatie in het expertteam op te nemen”, vertelt Saskia. “Onze scholen hebben zelf zoveel deskundigheid in huis! Die kracht willen we inzetten. Daarom hebben we een sollicitatieprocedure georganiseerd om medewerkers te werven die willen deelnemen aan het expertteam. We hebben een profielschets gemaakt, want we vinden het belangrijk dat deze mensen wat meer in huis hebben dan alleen ‘interesse in leesonderwijs’. Ze spelen namelijk een hele belangrijke rol in dit traject. De leden van de expertgroep hebben kennis over lezen en effectief leesonderwijs en zijn in staat om met een helicopterview naar school- en leesbeleid te kijken. Want het gaat niet alleen over het leesaanbod, maar bijvoorbeeld ook over de leskwaliteit, professionalisering en de kwaliteitscultuur van de school.”
Wij hebben er bewust voor gekozen om mensen uit onze eigen organisatie in het expertteam op te nemen
Annemiek is een van de drie leesspecialisten van het expertteam, dat bestaat uit zes leerkrachten en intern begeleiders van verschillende scholen. De andere drie leden ondersteunen scholen die zich richten op de verbetering van het rekenonderwijs. De opdracht van de expertgroep is tweeledig: professionaliseren en ondersteunen. “We verzorgen kenniscolleges voor leerkrachten over goed leesonderwijs, en we hebben een bestaand leernetwerk doorontwikkeld voor de leescoördinatoren van de scholen”, vertelt Annemiek. “Daarnaast hebben we een ondersteunende taak. Elke school heeft recht op drie dagen tijd van iemand uit het expertteam. We gaan naar de scholen en kijken en denken mee over de vragen die daar leven. We pakken de kwaliteitsindicatoren erbij en gaan in gesprek met directeuren, ib’ers en taal/leescoördinatoren. Aan welke knoppen kunnen jullie draaien om het leesonderwijs verder te verbeteren?”
Het expertteam geeft evidence based adviezen, maar de manier waarop de school deze vertaalt naar de praktijk bepaalt de school zelf. Annemiek: “Scholen maken eigen keuzes, want elke school heeft een eigen populatie en een eigen onderwijsvisie. En een kleine dorpsschool heeft weer andere vragen en mogelijkheden dan een school in een stedelijke omgeving. Maar het is wél de bedoeling dat elke school de verbetering van het leesonderwijs baseert op het kwaliteitskader basisvaardigheden dat vorig jaar is ontwikkeld en op kennis uit onderzoek. Daarom zijn die kenniscolleges ook belangrijk, want de kennis die daarin aan de orde komt is evidence based.”

De Beeldredaktie / Mark Neelemans
“Scholen zijn natuurlijk vrij om ook elders kennis op te halen, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij platforms in het land”, voegt Saskia toe. “Er zijn bijvoorbeeld expertteamleden verbonden aan de Werkplaats Onderwijsonderzoek Leesvaardigheid en aan de Kennistafel Effectief Leesonderwijs. Dat is belangrijk want zij nemen die kennis mee naar onze organisatie dus daar kunnen wij ook van leren.”
Iets anders dat de expertgroep op alle scholen wil terugzien is dat er een leesspecialist is die voldoet aan een bepaald profiel. “Er zijn wat dat betreft ook nog hele grote verschillen tussen scholen”, vertelt Sentina. “De ene school heeft een ‘leescoördinator’ die zich voornamelijk bezighoudt met het boekenaanbod en de schoolbibliotheek, terwijl de andere school een goed geschoolde taal-leesspecialist heeft met een brede taak. We willen graag dat elke school in de toekomst iemand in huis heeft die een bepaalde deskundigheid heeft op het gebied van lezen. Daar gaan we een profiel voor opstellen en daar zullen we vervolgens een passende scholing bij zoeken. Elke Elevantio-school heeft straks dus een leesspecialist die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet. Het kan ook dat twee of drie kleine scholen samen één leesspecialist hebben.”
De 38 Elevantio-scholen hebben gekozen of ze dit schooljaar aan de slag gaan met rekenen of met lezen. Negentien scholen hebben ervoor gekozen om het leesonderwijs te verbeteren. Daar zijn ook scholen bij die al wat verder zijn met hun leesbeleid, vertelt Sentina: “We hebben gezegd: alle scholen doen mee aan het verbeterplan. Óf je gaat aan de slag met verbetering, óf je draagt bij door goede praktijken te delen, waar andere scholen van kunnen leren. Dat gebeurt nu nog vooral tijdens de bestuursbrede ontwikkeldagen, leernetwerken waar taal/leescoördinatoren elkaar ontmoeten of binnen een geografisch cluster van scholen, maar die uitwisseling en het leren van elkaar willen we ook wat meer gestructureerd binnen het verbetertraject gaan organiseren.”
We hebben gezegd: alle scholen doen mee aan het verbeterplan.
Ook het leren van elkaar gebeurt in de verschillende organisatielagen. In kwaliteitsgesprekken met schoolleiders wordt erop gestuurd dat zij van en met elkaar leren, bijvoorbeeld door good practices bij andere scholen te bekijken, vertelt Sentina. “Maar ook in andere geledingen, bijvoorbeeld van intern begeleiders en schoolleiders die vier keer per jaar samenkomen is basisvaardigheden het centrale thema. De schoolleiders praten dan over de vraag hoe ze daarop kunnen sturen en intern begeleiders bespreken met elkaar hoe ze dit het beste kunnen begeleiden. Doordat effectief leesonderwijs in elke laag aandacht krijgt, zien we dat het in de scholen steeds meer gaat leven.”