Het Olympus College in Arnhem-Zuid staat in een multiculturele wijk waar de dagelijkse taal van leerlingen heel anders is dan de cognitieve taal op school. Dat staat hun ontwikkeling in de weg. Daarom werkt de school aan taalgericht vakonderwijs en leesbevordering voor alle leerlingen, en maatwerkuren voor leerlingen met taalachterstanden. Bekijk hier het vormgegeven artikel.
Het team van het Olympus College (mavo/havo/vwo, ruim 1300 leerlingen) kwam vier jaar geleden met de vraag of het mogelijk was meer aandacht aan taal te besteden. Vakdocenten merkten dat leerlingen struikelden over het taalgebruik in de lessen, vertelt Rosemary Vonk, projectleider basisvaardigheden. “Dat zagen we terug in tegenvallende cijfers voor de zaakvakken en de eindexamens in het algemeen. Het was duidelijk dat we met taalontwikkeling veel winst konden behalen.”
Gelukkig zat het tij mee: het jaar daarop ontving de school een aanzienlijke subsidie voor basisvaardigheden. Dat maakte het mogelijk een projectleider (Rosemary Vonk) en een taalcoördinator (Twan Alofs) aan te stellen. Er kon een visie op taal worden ontwikkeld (samengevat in deze video) en waar nodig expertise worden ingehuurd. Wat ook hielp, was dat taal prioriteit kreeg in de nieuwe schoolvisie en het schoolplan en dat er verwante ontwikkelingen gaande waren: een groei naar meer activerende didactiek en een breed gevoelde wens bij docenten om de leerling in zijn geheel te zien, inclusief thuistaal en achtergrond. “Werken aan gelijke kansen zit in ons DNA”, zegt Rosemary.
Werken aan gelijke kansen zit in ons DNA
De kern van de taalvisie van het Olympus zit in de titel van de video: ‘Samen de wereld veroveren, één woord tegelijk’. Taalontwikkeling doet méér dan leerlingen in staat stellen tot communiceren, vindt de school. Jongeren komen erdoor tot bloei en kunnen beter deelnemen aan de samenleving. “Het gaat niet over punten en komma’s, maar over je kunnen uiten en contact kunnen leggen met de ander”, zegt Rosemary. Drie onderwerpen krijgen momenteel voorrang: taalgericht vakonderwijs, leesbevordering en maatwerk voor leerlingen met grotere taalachterstanden.
Voor het taalgericht vakonderwijs laat de school zich inspireren door de didactiek uit het ‘Handboek taalgericht vakonderwijs’ van Maaike Hajer. Die steunt op drie pijlers. Leerlingen hebben taalsteun nodig: gerichte ondersteuning bij het begrijpen, verwerken, en gebruiken van de taal in schoolvakken. Het leren moet plaatsvinden in interactie, zodat de docent het taalgebruik van leerlingen kan bijsturen en stimuleren. Ook moet nieuwe leerstof in een betekenisvolle context worden ingebed.
Een andere inspiratiebron is ‘Lezen met de Leessandwich’. In dit boek stellen Marieken Pronk en Bert de Vos dat leerlingen een tekst beter begrijpen als je ze vóór, tijdens en na het lezen activiteiten laat doen. Bijvoorbeeld: eerst een filmpje over het onderwerp kijken, dan in tweetallen de tekst lezen en daar vervolgens over discussiëren. De werkvormen in het boek helpen daarbij.
In de dagelijkse praktijk op het Olympus College heeft taalgericht vakonderwijs vele gezichten. ‘Taalsteun bieden’ kan bijvoorbeeld inhouden dat je als docent vóór elke toets een lijst met woorden bespreekt die niet in de methode worden uitgelegd, maar waar leerlingen wel over struikelen omdat ze in hun dagelijkse taal niet voorkomen. “Denk aan ‘eruptie’ bij aardrijkskunde, of ‘vaccinatie’ bij biologie: laagfrequente woorden”, zegt Rosemary. “Je zegt bijvoorbeeld: ‘Thuis heb je het over ‘spuug’, bij biologie noemen we dat ‘speeksel.’” Een ander voorbeeld: ‘interactie organiseren’ kan betekenen dat je niet langer klassikale vragen stelt en de beurt geeft aan een leerling die zijn vinger opsteekt. In plaats daarvan laat je de leerlingen in tweetallen hardop oefenen, zodat ze allemaal actief bezig zijn met taal.
Voor de groei van het taalgericht vakonderwijs heeft het Olympus College drie jaar uitgetrokken. Het doel is dat alle vakdocenten eind 2027 voor hun lessen taaldoelen formuleren en taalsteun, interactie en context bieden in de les. Rosemary: “Het gaat er niet om dat je dan een perfecte taaldocent bent, maar wel dat je weet waar je staat en wat je te doen hebt.” Met een hele reeks studiedagen worden docenten ondersteund. Ze volgen workshops over taalontwikkeling die aansluiten bij hun persoonlijke behoeften. Daarnaast krijgen ze in vakgroepverband concrete ontwikkelopdrachten, zoals ‘ontwerp een taalgerichte vakles’ of ‘analyseer je toetsen’.

Rosemary hoopt dat een verdere impuls zal uitgaan van het opnemen van taalgericht vakonderwijs in een kijkwijzer voor lesobservaties. “Als tijdens lesobservaties ook naar taal wordt gekeken, kun je er als vakdocent eigenlijk niet meer onderuit.” Een volgende stap is om niet alleen teamleiders, maar ook collega-docenten bij lesobservaties te betrekken: “Dan maken we het gesprek over taal in de school nog breder.”
Zo ver is het op dit moment nog niet. Er zitten nog grote verschillen tussen de vakgroepen. Begrijpelijk, vindt Rosemary: “Voor vakken als wis-, natuur- en scheikunde is taalonderwijs geen tweede natuur.” Vakken als aardrijkskunde en geschiedenis komen juist snel op stoom: “Die zijn al bezig om vaste formuleringen te maken voor de antwoordmodellen bij toetsen, zodat die voor leerlingen beter te begrijpen zijn.” Nieuw beleid voor Nederlands als tweede taal gaat ondersteunend werken: alle vakdocenten met NT2-leerlingen in de klas moeten voortaan per periode tien laagfrequente woorden uit hun vak aanleveren. Daar kunnen leerlingen in de NT2-ondersteuning voorafgaand aan de les mee kennismaken, zodat de leeropbrengsten toenemen.
Niet alle pijlen zijn op taalgericht vakonderwijs gericht. Leesbevordering vindt het Olympus College ook belangrijk. Binnen het vak Nederlands krijgt dit onder meer vorm in een wekelijks leesuur voor alle leerjaren. Met een speciaal hiervoor samengestelde reader ontdekken leerlingen in leerjaar 1 wat voor soort boeken ze leuk vinden. Het is een eerste stap op weg naar méér, zegt taalcoördinator en docent Nederlands Twan Alofs. “Er zitten in ons programma voor Nederlands onderdelen waarvan je je kunt afvragen: moeten we dit wel prioriteit geven? Of kunnen we beter meer werken met rijke teksten en leerlingen daarnaast lekker veel laten lezen? Met de aanschaf van een nieuwe methode in het vooruitzicht, zijn we daar volop over in gesprek.”
Daarnaast is de vakgroep Nederlands bezig andere vakgroepen enthousiast te maken voor leesbevordering. Docenten Nederlands hebben bijvoorbeeld een studiedag georganiseerd waarop collega’s tijdens speeddates hun lievelingsboeken presenteerden. Ook hangen er posters in de school van docenten met hun favoriete boek. Verder zijn er concrete plannen voor het invoeren van een ‘doorgeefboek’, waaruit een klas gedurende een hele week door docenten van allerlei vakken wordt voorgelezen.
Voor het Olympus College staat vast dat een goede mediatheek onmisbaar is voor leesbevordering. Daarop wordt dus niet bezuinigd. Mediathecaris Stijn Edelman, al 28 jaar werkzaam op de school, zorgt dat de collectie bij de tijd blijft. Ook richt hij aantrekkelijke boekentafels in rond actuele thema’s en begeleidt leerlingen bij hun boekenkeuze. “Daar is hij heel goed in, omdat hij die boeken zelf ook leest”, zegt Twan. “En als een docent mailt: hé, dit boek is interessant voor leerlingen, dan heeft hij het drie dagen later in de kast staan.”
Vergeleken met het taalgericht vakonderwijs, dat expliciet prioriteit heeft in de schoolvisie en het schoolplan, groeit de aandacht voor leesbevordering geleidelijker. Dat komt mede doordat de vakgroepen moderne vreemde talen de afgelopen tijd voorrang moesten geven aan woordenschatontwikkeling: een ander punt waarop de kloof tussen ‘thuistaal’ en ‘schooltaal’ het leren van leerlingen in de weg stond. “Dat is succesvol aangepakt en nu breekt het moment aan waarop we leesbevordering binnen de moderne vreemde talen en Nederlands met elkaar in lijn kunnen gaan brengen”, aldus Twan.
Het derde speerpunt zijn verplichte maatwerkuren voor leerlingen met een grotere taalachterstand: gemiddeld 10 tot 15 procent van alle leerlingen. Met behulp van referentietoetsen, woordenschat- en leesvaardigheidstoetsen wordt periodiek gekeken om welke leerlingen het gaat. Zij krijgen in groepjes van maximaal vijftien leerlingen gerichte begeleiding van vakdocenten. Het is een bewuste keus om leerlingen niet individueel achter een computer te laten oefenen, zegt Rosemary: “We vinden het belangrijk dat de begeleiders zowel de leerlingen als de vakken goed kennen.” De maatwerkuren werden eerst betaald vanuit NPO-gelden, toen vanuit de subsidie Basisvaardigheden, en nu vanuit de subsidie Rijke schooldag.
Leesplezier moet zich ontwikkelen als een olievlek, dat sla je plat als je het in cijfers wilt vatten
De opbrengsten van het maatwerk worden – net als die van het taalgericht vakonderwijs – de komende jaren gemonitord met referentietoetsen en woordenschattoetsen. Daarbij worden ook inzichten van de vakdocenten uit de lessen meegewogen.
Bij leesbevordering gaat het anders. “Leesplezier moet zich ontwikkelen als een olievlek, dat sla je plat als je het in cijfers wilt vatten”, zegt Twan. “Veelzeggender vind ik het dat we steeds vaker leerlingen met boeken zien rondlopen in de school. En dat leerlingen van vakantie terugkomen en trots vertellen dat ze een boek hebben gelezen!”
Voor ‘lessons learned’ is het nog vroeg: de ontwikkeling is nog in volle gang. Wat Rosemary en Twan wel kunnen zeggen, is dat voldoende ontwikkeltijd en herhaling belangrijk zijn om collega’s mee te krijgen. Ook is het belangrijk om duidelijk verband te leggen tussen taal en leskwaliteit. Rosemary: “Betere taalvaardigheid is een gedeeld belang. Je werkt daarmee ook aan een beter begrip van het vak dat docenten zo graag willen overbrengen. Voorkom dus dat taal een ‘onderwerp apart’ wordt. Taalgericht lesgeven is een verantwoordelijkheid voor elke vakdocent!”